Fokbeleid

Bij een nestje fokken komt wel iets meer kijken dan de meeste mensen denken. Wanneer iemand een pup koopt dan is het verwachtingspatroon dat dit een fijne open, stabiele en sociale hond wordt. Een hond waar iedereen plezier aan beleeft en waar niet te veel problemen mee zijn, of dit nu medische problemen zijn of problemen qua gedrag.


Om stabiele, sociale en open pups te kunnen fokken die gezond zijn heb je ook goede ouderdieren nodig die voldoen aan dezelfde criteria. Stress wordt doorgegeven al in de baarmoeder van de hond aan de pups die in ontwikkeling zijn. Een onzekere moeder zal onzekere pups krijgen. Een moederhond die tijdens de dracht veel stress heeft zal dit ook doorgeven aan de pups in ontwikkeling. Dit gebeurd in de baarmoeder, maar ook wanneer de pups net geboren zijn.
Ook de vader heeft veel invloed, ook op gedrag. De vader geeft ook karaktereigenschappen door.
En soms wordt er een nest geboren waarbij er karakters zijn die je liever niet ziet, helaas zijn dan de pups al geboren en heb je met de situatie te dealen.
Anders om gebeurd het ook, dat je een nestje pups hebt die zich ontwikkelen tot uiterst fijne, stabiele, gemakkelijke honden. Als dat gebeurd dan wil je in de toekomst graag nog een keer zo’n nest. Dat wordt dan een “HERHALINGSNEST” genoemd. Een dergelijk nest heeft dus al in de praktijk “bewezen” dat het hele goede honden zijn.
En dan hebben we het hier alleen nog maar over de gedragsmatige kant. Er is ook een medische kant. Alle honden worden getest op de ogen (EVCO test), op de Ellebogen (ED test) en de heupen (HD test). Er wordt alleen gefokt met honden waarvan de ogen helemaal goedgekeurd zijn, waar de ellenbogen helemaal goed van zijn. Met de heupen hebben we het liefst HD A, en soms HD B met een Norberghwaarde van minimaal 26. De voorkeur gaat uit naar HD A.
De poedels worden getest op ziekte van “von Willebrand”, ook hier worden uitsluitend honden gebruikt die vrij zijn van de ziekte van “von Willebrand”.

ALLERGIEËN: Helaas komen de laatste jaren steeds meer allergieën aan het licht.
Bij de Golden Retrievers testen we op Ichtyosis, indien een hond hier drager van is, dan wordt hier niet mee gefokt. De hond wordt dan uit het fok programma gehaald.
Bijna 10% van alle hondenrassen kent problemen met allergieën, en dit aantal groeit nog steeds. Net als bij mensen komen er steeds meer auto-immuniteit ziekten voor.
De meeste allergieën ontwikkelen zich pas na 1 jaar, dat maakt het heel lastig om hier adequaat op te reageren. Honden die dergelijke allergieën ontwikkelen worden ook voor de fok uitgesloten.
Helaas is er dan al wel veel tijd, geld en energie gestoken in een dergelijke hond.
Dit maakt het fokken van een stabiel en gezond nest het er niet gemakkelijker op.

Vergelijk een pup met een fundament van een huis:
Wanneer het fundament goed en gedegen gelegd is, kan er een groot en sterk huis op gezet worden.
Wanneer een fundament niet goed is of geen fundament, dan zal ieder huis wat er later op gebouwd zal worden mankementen gaan vertonen. Mankementen die misschien wel bijgewerkt kunnen worden, maar waar het ene probleem opgelost wordt dient zich een ander probleem weer aan. Je blijft bezig met herstelwerkzaamheden.

 

KENNIS:
Greetje Veneboer is de fokker van pup op de Hunneheide. In 2001 heeft zij het certificaat behaald “Kynologische Kennis deel 1 van de Raad van Beheer”. In de periode van 2001-2004 heeft zij de volgende certificaten/diploma’s behaald: “Kynologisch Instructeur 1, 2, 3” van de Martin Gaus Academy; “Gedragstherapeut voor Honden” van Dogvision (toen nog onder van Hall)”; “Bach Bloesem level 1 en 2”; Gold Student van de NePoPo® School van Bart en Michael Bellon.

ERVARING:
In 2002 werd het eerste nestje Mechelse Herders gefokt, vanaf 2010 kwamen daar Golden Retrievers, Poedels en Goldendoodles bij. De Mechelse Herders werden ingezet voor politiehondentraining en voor het project “Werken met Honden”: een zeer succesvol project gericht op jongeren met probleemgedrag, om deze weer op rit te krijgen en (weer) deel te laten nemen aan de maatschappij.
Inmiddels zijn er meer dan 30 nesten geboren. En daarmee een schat aan ervaring met diverse soorten honden. Wat deze soorten/rassen wel allemaal gemeen hebben is dat zij allen “werkhonden” zijn.
De pups worden heel bewust gefokt voor een bepaald doel.

MET WAT VOOR SOORT HONDEN WORDT ER GEFOKT?
Er wordt gefokt met de volgende hondenrassen: Grote Poedels, Golden Retrievers, Mechelse Herders, Labrador Retrievers.
We fokken het meeste met kruisingen van deze honden. Het grote voordeel daarvan is dat er gefokt wordt met verschillende genenpolen waardoor zowel medisch als gedragsmatig er een grotere kans is dat er stabiele, gezonde en sociale pups geboren worden.
De kruisingen die dan ontstaan heten dan:
Goldedoodles: 50 % Golden Retriever+ 50% grote poedel of 25% Golden Retriever + 75% Grote Poedel.
Shepadoodles: 50 % Mechelse Herder + 25% Grote Poedel + 25% Golden Retriever
Labradoodle: 50% Labrador Retriever + 50% Grote Poedel

Mix Golden Retriever: meer dan 50% Golden Retriever + Grote Poedel

Bij een nestje wat gefokt is komt altijd te staan wat voor kruising het precies is en wat de ouders en voorouder zijn, inclusief de medische gegevens.

 

NESTPERIODE
In de loop der jaren, de ervaring van vele nesten en de kennis van hondengedrag, is er een heel concept ontstaan hoe de eerste 7-8 weken ingevuld worden.
De pups worden geboren in een speciale werpkist. Deze werpkist staat in een afgebakend stuk van de woonkamer. Hierdoor kan de moederhond rustig liggen. Er kunnen dan geen andere honden bij.
Vanaf dag 1 worden de pups gehanteerd, vastgehouden, gecontroleerd, gewogen.
Vanaf 3 dagen oud volgen de pups de Early Neurological Stimulation.

Early Neurological Stimulation: bio sensorische training voor puppy’s in de leeftijd van 3 dagen oud tot en met 16 dagen oud. (link: https://www.youtube.com/watch?v=ja6E4xa-6Hs)

Na deze periode worden de pups meerdere malen dagelijks gehanteerd en worden er gedoseerd prikkels toegediend. Zo dat er zo min mogelijk stress wordt ervaren, maar dat ze wel nieuwe prikkels toegediend krijgen en deze ervaren.

De scheidslijn tussen stimuleren / socialiseren en traumatiseren is erg dun. Daarom moet een ervaren fokker dit doen die heel goed hondengedrag kan “lezen”.

Vanaf 3 weken oud krijgen de pups vaste brokjes. Vanaf 3 weken oud worden de pups op een positieve manier ingeprent op de “HYPO” GEUR.

Vanaf 4 weken oud zie je dat de pups steeds verder weg lopen bij de plek waar ze liggen om zich te ontlasten of te plassen. Dit gedrag wordt gestimuleerd door in de verste hoek van de afgezette ruimte een grote “kattenbak” neer te zetten, gevuld met houtkorrels (voor een kattenbak). Binnen een week plassen en poepen de meeste pups op de kattenbak. Zo blijft de plek waar ze liggen schoon en kan de fokker gemakkelijk de kattenbak schoonmaken. Hierdoor stimuleer je de zindelijkheidstraining. Geen enkele pup vindt het prettig om in zijn eigen plas of ontlasting te moeten liggen, indien de puppyruimte verkeerd of te klein ingedeeld is worden pups hiertoe gedwongen en “leren” ze in hun eigen uitwerpselen te liggen. Later is het vele malen moeilijker om een dergelijke pup zindelijk te krijgen. Het is dus uiterst belangrijk dat pups schoon liggen en zo snel mogelijk leren het buiten hun slaap plaats hun behoefte te doen. Ook dit vergt van de fokker geregeld inspanning om het nest goed schoon te houden.

Met 5 weken oud en bij goed weer gaan de pups mee naar buiten. Dit wordt nu meerdere malen per dag dagelijkse routine. Dit is het begin van het uitlaten en buiten poepen en plassen. Pups hebben van nature een voorkeur om op gras te plassen. Dit wordt ze dan ook aangeboden. Dit is tevens een stap om zowel te socialiseren (prikkels van buiten) en zindelijkheidstraining.

Met 6-8 weken oud gaan de pups mee in de auto, naar de stad (koopmansplein in Assen), naar de kinderboerderij of naar tuinland. Daar wordt hun wereld nog groter en krijgen ze nog meer indrukken. Uiterst belangrijk is dan dat er geen trauma’s ontstaan. Dit soort dingen doen we met een grote groep mensen die waken over het welzijn van de pups. Mensen mogen aaien, maar niet oppakken, of er achter aan rennen. Dit is altijd best wel stressvol voor de begeleiders, je moet ogen voor en achter hebben om alles in goede banen te leiden. Toch zijn het cruciale ervaringen voor pups waar ze later hun voordeel mee doen.

 

DE BESTE PUP UIT HET NEST.
Iedereen wil de beste pup uit het nest. Helaas bestaat die niet. Waarom niet? Stel een nest bestaat uit 8 pupjes. Iedere pup heeft zijn eigen specifieke karakter, er is geen één pup gelijk. Dat lijkt onvoorstelbaar, maar dat is wel zo. Al met 3 dagen oud, tijdens de bio sensorische training zie je al dat er karakter verschillen zijn. Dit wordt bijgehouden en geregistreerd.

De pups liggen in huis en zijn allemaal afzonderlijk gemarkeerd, met 5 weken oud krijgt iedere pup een halsbandje om, ieder zijn eigen kleur. Dan ziet de fokker hoe iedere pup afzonderlijk reageert en worden er per pup indrukken van het karakter vastgelegd.
Met exact 7 weken oud worden alle pups afzonderlijk getest. Deze test vind plaats in een ruimte waar de pups voordien nog nooit zijn geweest. Zo kan de fokker heel goed observeren wat voor karakter iedere pup heeft. De test is om te bekijken hoe stabiel een pup is, hoe snel deze hersteld, hoe deze reageert op de voor de pup vreemde prikkels. Hoe graag de pup wil werken, hoe baasgericht de pup is. Het lijkt bijna onvoorstelbaar, de indruk die verkregen wordt met de bio sensorische training en de 7 weken test vertonen meestal veel overeenkomsten wat betreft de karakter trekken van iedere afzonderlijke pup. Blijkbaar is er al veel genetisch vastgelegd. Immers de pups krijgen allemaal dezelfde voeding en opvoeding, dezelfde ouders, dezelfde omgeving waar ze geboren zijn en opgroeien. Het is dus heel belangrijk om te kijken naar iedere pup afzonderlijk en met welke karakter trekken je te maken hebt.
Je zou de 7 weken test kunnen vergelijke met een beroepentest, de een is geschikt voor timmerman, de ander voor loodgieter en een derde voor automonteur. Allemaal goede beroepen, de één is niet beter dan de ander, het zijn verschillende beroepen ieder met hun eigen kwaliteiten.
Wanneer iemand een bepaalde aanleg heeft, is het handig om daar in verder te leren en te gaan werken. Wanneer je een timmerman dwingt in de rol van automonteur, dan zal dit de nodige frustratie opleveren. Dit zal ook ten koste gaan van de kwaliteit. Beter is het iemand timmerman te laten worden wanneer daar zijn kwaliteiten liggen.
Met pups is het net zo. Iedere pup bezit een aantal kwaliteiten. Het is belangrijk om goed na te denken welke kwaliteit iemand nodig heeft en daar de juiste pup bij zoeken.

De beste pup uit het nest bestaat dus niet, wel de juiste pup met de juiste kwaliteiten voor een bepaald doel. De timmerman, loodgieter en monteur zijn niet beter of slechter dan elkaar, ze zijn verschillend, en ze zijn ALLEMAAL nodig.

Voor verschillende soorten assistentiehonden zijn er verschillende kwaliteiten nodig.

Een blindengeleidehond heeft de volgende kwaliteiten nodig: stabiel, zelfstandig, gericht op samenwerken, onverstoorbaar, rustig. Een blindengeleidehond mag fysiek gerust een stevige grote hond zijn. Hiermee gepaard gaand is dat de toekomstige baas (met een visuele beperking) ook een dergelijke (stevig karakter) hond goed aan moet kunnen sturen.

Een ADL-hulphond heeft weer andere kwaliteiten nodig: baas gerichtheid, liefst een zacht karakter, gevoelig, rustig, werkwillig, goed apporteren. Een ADL-hulphond moet soepel zijn in de heupen, het liefst fysiek niet een te zware grote hond. Hier heeft het de voorkeur de lichtere honden (3/4 poedel) voor op te leiden.

Een Diabetes Assistentiehond heeft de volgende kwaliteiten nodig: gericht op geuren, stabiel, drive, doorzettingsvermogen, baas gerichtheid. Een Diabetes signaalhond kan zowel klein als groot zijn, hoe de hond er fysiek uit ziet is niet zo van belang. Over het algemeen zijn dit de “drukkere” honden. Dit

vergt van de baas een actieve houding, een baas die het fijn vind om samen te werken met de hond, zowel dag als nacht.

Een Autisme Assistentiehond heeft de volgende kwaliteiten nodig: baasgericht zijn, zelfstandig, onverstoorbaar en rustig, stabiel. Een autisme assistentiehond mag fysiek best een grote stevige hond zijn, uiteraard in verhouding met de toekomstige baas.

Geen één pup is gelijk, ook al zijn het volle nest broers en zusjes. In ieder nest zit wel een pup met kwaliteiten om opgeleid te worden tot Blindengeleidehond, ADL-Hulphond, Diabetes Assistentiehond, Autisme Assistentiehond. Deze pups zullen we selecteren en opleiden voor het doel waar ze het meest geschikt voor zijn. Daarnaast zijn er pups in het nest die ook kwaliteiten hebben, kwaliteit en aanleg voor jacht, een prachtige aanleg, alleen niet zo geschikt voor het assistentiewerk. Maar wel voor jachttraining, speurwerk of een hondensport (waar er heel veel van zijn).

 

WAT GEBEURD ER MET DE PUPS DIE NIET OPGELEID WORDEN
De Hunneheide houdt uit ieder nest een aantal pups aan. Die pups worden weggezet bij adoptiegezinnen, aftraingastgezinnen of bij instructeurs. Bij een groot nest zijn er altijd pups die wel degelijk opgeleid kunnen worden tot assistentiehond, maar waar we zelf geen plek voor hebben. Deze pups worden verkocht.  Indien mogelijk proberen we deze pups weg te zetten bij andere organisaties die ook assistentiehonden opleiden. Daarnaast zijn er ook particulieren die een pup kunnen kopen.

DOORLOPEND NIEUWE AANWAS
Het is belangrijk om honden op te leiden in verschillende leeftijdsfasen. Zodat er doorlopend honden opgeleid worden. Het is niet zo handig dat er in één keer heel veel honden tegelijk klaar zijn. Dan breng je vraag en aanbod niet bij elkaar. Ook komt dan het maatwerk in gevaar en kun je minder goed afstemmen. Dat is dus niet handig. Daarom worden er gemiddeld 4 nesten per jaar geboren. Uit ieder nest worden er 3-4 pups aangehouden om opgeleid te worden. Voor de teamtrainingen zijn er ook steeds nieuwe pups nodig om opgeleid te worden. De pups die dan “over” zijn worden dan verkocht. Oftewel naar andere organisaties oftewel naar een particulier.